> Korte Inhoud

Toen de hartslagmeters hun intrede deden in de wielerwereld waren er ongetwijfeld een aantal onder ons die zeer hoge verwachtingen hadden van dit nieuwe trainingshulpmiddel. Zij zullen nu misschien de wenkbrauwen fronsen bij de introductie van weer een ander zogezegd wondermiddel.


Laat ons maar onmiddellijk klare taal spreken. Trainen op vermogen is geen wondermiddel op zich. Je zult hard moeten blijven werken en de trainingsprincipes veranderen daardoor niet. Maar als je dan toch een gadget op je fiets monteert, dan wel een vermogensmeter, het meest efficiënte trainingshulpmiddel op de markt. Het stelt je in staat de geleverde trainingsarbeid optimaal te laten renderen en dat wil uiteindelijk toch iedereen. Van de prof of competitiesporter –  waar iedere halve procent winst belangrijk is – tot de wielertoerist – die met weinig vrije tijd zijn doelstellingen wil halen – allen hebben belang bij een correcte bepaling van de trainingsintensiteit. Want hierover gaat het, trainingsintensiteit.

Het grote probleem voor de trainingsmethodiek binnen het wielrennen is, althans voor heel wat disciplines binnen deze sport, dat de trainingsbelasting zeer moeilijk precies te bepalen is. Het gevolg daarvan is dat noch de renner noch zijn coach precies weten wat de effectieve belasting is en zij dus moeilijk kunnen inschatten wat het effect van een bepaalde training zal zijn.

Tot nu toe, want nu beschikken coach en atleet over een middel om de trainingsintensiteit vrij precies en “in the action” te meten. Vermogensmeting.
Voor het wielrennen zijn de lichamelijke basiseigenschappen uithoudingsvermogen, kracht en snelheid belangrijke prestatiebepalende factoren en het zijn nu precies deze eigenschappen die met vermogensmeting exact kunnen worden getraind. Ze zullen dan ook de rode draad doorheen dit verhaal vormen. Dat wil niet zeggen dat wij de andere factoren minder belangrijk vinden, maar in het kader van dit boek zou dit ons te ver doen afwijken.
Daarenboven  is dit geen algemeen handboek over training zoals er al zo veel zijn, je zult er dus geen uitgebreide informatie vinden over plannen en periodiseren, trainingsmethodiek, inspanningsfysiologie of  nog andere sporttraining gerelateerde onderwerpen.

Het handelt uiteraard wel over training en meer bepaald over training op basis van vermogensmeting en vanuit die invalshoek worden wel de noodzakelijke inzichten uit de trainingsleer belicht. Je hoeft echter geen expert te zijn om alles te begrijpen en te kunnen toepassen, integendeel, het boek richt zich tot een zeer breed publiek en tot eenieder die zijn trainingen wil optimaliseren. Zowel de beginnende wielertoerist als de doorwinterde prof zal dit handboek appreciëren. Voor hen die toch iets dieper willen graven en meer achtergrondinformatie wensen, zijn focus-boxes en definities toegevoegd.

Het boek is onderverdeeld in drie grote delen. Het eerste deel raden wij ten zeerste aan omdat het je zal overtuigen dat training op de fiets anders kan – anders moet – dan tot nu toe het geval is. Je kunt desgewenst zonder probleem direct doorstomen naar het tweede en derde deel als je enkel geïnteresseerd bent in de praktische kant van vermogenstraining.

Deel I beschrijft de term vermogen en bekijkt kritisch de meest gebruikte apparaten op de fiets om diverse metingen uit te voeren.
Daarnaast geeft het een kritische kijk op de gangbare opvattingen over wielertraining en verduidelijkt in verschillende hoofdstukken de items die noodzakelijk zijn om wielertraining in het algemeen en vermogenstraining in het bijzonder binnen het kader van de moderne trainingsleer te plaatsen. De onmisbare kennis en het noodzakelijke inzicht om trainingen op basis van vermogensmeting samen te stellen en correct te analyseren, worden er aangereikt.

In deel II vind je een aantal praktische hoofdstukken over het gebruik van een vermogensmeter. Hoe interpreteer je de gegevens van trainingen en wedstrijden? Waar vind je geschikte software voor de analyse van de zeer grote hoeveelheid aan gegevens? Hoe bepaal je de eigen trainingsniveaus, je sterktes en je zwaktes? Welke inspanningstests doe je het best en wat is de relatie van het gemeten vermogen met lactaat en hartslag?

Finaal geven we je mee hoe je zelf een training op vermogen samenstelt.
In deel III worden er in functie van verschillende trainingsdoelstellingen een aantal modeltrainingen voorgesteld. Via de bijgevoegde commentaar en met de kennis uit de vorige delen word je in geen tijd een expert.


Veel leesgenot en succes met het trainingssysteem voor de 21° eeuw.